Ik kan me mijn eerste keer boulderen nog herinneren. Ik fietste vaak langs Boulderhal Sterk en keek af en toe wat er voorbij de open deuren afspeelde. Er waren veel mensen en de omgeving was heel kleurrijk. Mijn vriend stelde voor om een keer naar binnen te gaan. Het zag eruit als een speeltuin voor volwassenen. De boulderaars gingen vliegensvlug omhoog als aapjes. De manier waarop ze klommen zag er relaxed en natuurlijk uit. Net als lopen.

Aan de kassa stelden we wat vragen aan één van de medewerkers die ons rustig alles uitlegde. Op vaste dagen zouden er gratis introductielessen gegeven worden. We gingen weer weg en besloten om zo’n introductieles te volgen.

De volgende dag kwamen we terug voor de introductie. Samen met andere nieuwelingen vormden we een groepje en een medewerker legde de relatief simpele regels uit. Daarna mochten we een boulder uitproberen. De medewerker bleef in de buurt voor vragen en tips. Ik had nogal lompe sportschoenen aan, wat achteraf gezien zeker niet hielp. Ook was ik bang voor allerlei zaken: onverwachts vallen, zou ik de volgende greep wel halen, glij ik niet uit als hierop sta, etc.. Ik probeerde maar één boulder en had die avond niks getopt.

Diezelfde avond lag ik in bed en bleef iets aan me knagen. Waarom kon ik die boulder niet afmaken? Zo moeilijk zag het er niet uit. Ik moet het de volgende keer halen. Het zou volgens de medewerker zelfs één van de makkelijkste boulders zijn. Later die week gingen we weer naar de boulderhal en huurden we klimschoenen. Ondanks dat ik mijn eerste keer boulderen stom vond, was er een stemmetje in mij dat zei dat ik het zou en moest halen.

En dat koppig stemmetje in mij zorgt ervoor dat ik regelmatig terugkeer naar de boulderhal!