pofzak_flash
“Wauw, je hebt deze geflashed!”

Soms worden er met termen gegooid die specifiek op boulderen slaan. Het is iets wat je van anderen leert of alleen kunt weten door zelf op research te gaan. Bij deze een lijst met -naar mijn mening- de belangrijkste termen voor beginnende boulderaars!

We beginnen met 25 termen in het Engels met soms het Nederlandse woord erachter. Op alfabetische volgorde:

  1. Chalk Magnesium Carbonate (MgCO₃) / Pof, Magnesium:  Witte poeder dat wordt gebruikt om het zweet van handen te absorberen.
  2. Chalk Bag / Pofzak: Een klein tasje om magnesium in te bewaren en wat je om je taille kunt vastmaken met een bijbehorende riem.
  3. Chalk Bucket: Een grote pofzak die ontworpen is om op de grond te laten.
  4. Chalk Ball / Pofbal, Magnesiumbal: Een klein bolvormige mesh zakje gevuld met magnesium.
  5. Chalking Up / Poffen: De handen bedekken met magnesium.
  6. Climbing Shoes / Klimschoenen: Strakzittende, met rubber bedekte schoenen die zijn ontworpen om ermee te klimmen / boulderen.
  7. Core: De spieren van je buik, onderrug en benen.
  8. Down Climbing / Naar beneden klimmen: Terug naar beneden klimmen om je van een probleem terug te trekken of om weer op de grond te geraken.
  9. Dynamic / Dynamisch: Elke beweging dat momentum gebruikt. – Klik hier voor een voorbeeld video of kijk onder dit artikel.
  10. Dyno: Een sprong waarbij het lichaam de lucht in gaat en geen enkele contact met de grepen/rots maakt (voor korte duur). Klik hier voor een voorbeeld video of kijk onder dit artikel.
  11. Flash: Een probleem dat op de eerste poging is behaald van begin tot eind.
  12. Footwork / Voetenwerk: De kunst van het goed gebruiken van je voeten.
  13. Foot Swap / Voetwissel: De ene voet voor de andere vervangen op een voetgreep.
  14. Grades / Moeilijkheidsgraad / Gradatie: Een indicatie van hoe moeilijk het is om een probleem te klimmen uitgaande van goede condities en de beste manier van klimmen.
  15. Jump / Sprong: Een dynamische beweging waarbij één hand op een greep/rots blijft terwijl beide voeten van de grepen/rots en in de lucht komen. Er is minstens één aanrakingspunt met de greep/rots tijdens de gehele sprong.
  16. Liquid Chalk / Vloeibare magnesium: Een mix van alcohol en magnesium wat je op de handen smeert om ze te bedekken met magnesium.
  17. Jump Start: Vanaf de grond spring je naar de begingrepen van een probleem.
  18. Overhanging / Overhang:  Muur/Rots die steiler (naar je toe) is dan verticaal.
  19. Problem / Probleem: Een boulder route.
  20. Project: Een probleem waarbij een poging is gewaagd maar nog niet behaald is; of een probleem waar een persoon naartoe werkt, oftwel een persoonlijk doel.
  21. Pumped / Opgepompt: Wanneer de voorarmen verzuren nadat je hard of langdurig hebt geklommen.
  22. Technique / Techniek: Een specifieke type beweging; of een klimmer’s beweegvaardigheden, e.g. “een goede techniek hebben“.
  23. Toe Hooking: Het puntje van je teen gebruiken om een greep vast te houden.
  24. Wall / Muur: Een verticale rots.
  25. Warm-up: Een routine om lichaam en geest voor te bereiden op het klimmen.

Voorbeeld van 9. Dynamisch (in slomo getoond):

Voorbeeld van 10. Dyno:

De termen zijn gekozen uit deze lange lijst met boulder termen (threerockbooks.com – Engelstalig), die op hun beurt een boek hebben geraadpleegd (Bouldering Essentials door David Flanagan – Engelstalig). De termen en uitleg in dit artikel zijn zorgvuldig vertaald naar het Nederlands.