6 routines die je bij het boulderen kunt uitvoeren

Als je nog maar net begonnen bent met boulderen, dan doe je vaak de routes die je leuk vindt / lijken. Er is nog geen sprake van routines die je uitvoert. Daar is in eerste instantie niks mis mee, want je moet het wel leuk blijven vinden. Door te blijven boulderen leer je praktisch hoe je beter kunt boulderen. Na een tijdje begin je de smaak te pakken en merk je dat je steeds minder vooruitgang boekt: je blijft hangen op hetzelfde niveau. En je doet steeds hetzelfde rondje in de boulderhal. De inspiratie is op.

Routines bij het boulderen

Deze blogpost dient ter inspiratie om je boulderrondjes weer leuker en uitdagender te maken. Ook zijn deze tips beginnersvriendelijk én je kunt het ook samen met je maatjes doen!

Ga een niveau lager

Intussen ben je al bekend met de kleuren van de boulderhal en de bijbehorende klimniveaus. Bij welk niveau ben je blijven hangen? Doe een stapje terug en ga een niveau lager.

1. Sneller boulderen

Maak een heel circuit (alle routes van dezelfde kleur) af door zo snel mogelijk te boulderen. Neem geen pauze tussen routes door. Heb je nog energie over? Neem er een ander circuit bij van gelijke niveau of lager.

2. Anders boulderen

Kies een route die je eerder al hebt getopt. Top dan de route, achter elkaar, op 3 verschillende manieren. De eerste manier is je eigen manier. Maar dan? Je kunt bijvoorbeeld: grepen overslaan, makkelijker of moeilijker klimmen, dynamischer, statischer, etc..

3. Langzamer boulderen

Je kunt ook een route langzamer beklimmen. Voordat je met je hand de volgende greep pakt, houd je je hand 3 seconden lang voor de greep, zonder de greep aan te raken. Hiermee kun je ook checken of je je lichaamshouding op dat moment beheerst.

4. Voet aantikken

Dit werkt het beste bij overhangende muren. Doe dit dan ook alleen als je comfortabel bent met overhang. Voordat je de volgende greep met je hand pakt, moet je eerst met één van je voeten diezelfde greep aantikken. Doe dit bij alle grepen die je handen willen pakken.

Op je eigen niveau

Als bovenstaande tips je al makkelijk lukken, probeer het dan nogmaals op je eigen niveau. Anders weet ik nog wel een leuke:

5. Doe wat je niet leuk vindt

Het klinkt naar, maar meestal is wat je niet leuk vindt: alles waar je slecht in bent, bang voor bent en/of onzeker over bent. Doe je bijna nooit overhang? Houd je niet van jumpstarts, dyno’s en run & jumps? Is de laatste greep te hoog dat je er hoogtevrees van krijgt?

Probeer er eerst een dag op te focussen. Als het kan, elke week. Door het steeds weer te proberen zal je meer durven en zullen de bewegingen steeds makkelijker worden.

Ga een niveau hoger

Het kan intimiderend zijn, maar probeer eens een dagje een niveau hoger te klimmen!

6. Projecten

Het probleem met een niveau hoger klimmen is, dat je een route vaak niet in één keer kan behalen. Soms kun je niet eens het begin beheersen. In plaats van weg te lopen, kun je gaan projecten. Een project is een route wat je op het oog hebt om te behalen, maar je weet dat het lang zal duren. Dit kan 20 pogingen zijn, een uur lang, meerdere dagen, weken. Meestal wel met pauzes tussen de pogingen door.

Bereid je mentaal voor en zeg tegen jezelf: ik ga dit 10 keer proberen voordat ik wegloop. Ook al lijkt het in eerste opzicht onmogelijk. Meestal werk je aan meerdere projecten.

Boulderen moet wel leuk blijven, dus eindig je sessie met een route die wél lukt 😉

Hopelijk heb je met deze 6 nieuwe routines weer inspiratie om er tegenaan te gaan. Succes!